Navigatie overslaan
Stichting M-Pact Enschede Home
Account aanmakenLog in

Contact

  • Roomweg 165H, 7523 BM Enschede, Nederland
  • info@m-pact.nl
  • 053-4323304

Stichting M-Pact Enschede

  • Over M-Pact
  • Voor organisaties
  • Kenniscentrum
  • Huis voor Taal en Meedoen
  • Werken bij
  • Klachtenprocedure

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden
  • Toegankelijkheidsverklaring

Powered by Deedmob tools (opent in een nieuw venster)

Post | juli 2024 | 4 min lezen

In gesprek met demissionair staatssecretaris Maarten van Ooijen (VWS)

Ons land telt miljoenen vrijwilligers. In allerlei sectoren zijn ze actief: van sport tot zorg en van natuur tot cultuur. Samengebracht onder één coördinerend bewindspersoon, te weten demissionair staatssecretaris van Ooijen (VWS). We spraken hem over zijn visie op en ideeën over vrijwilligerswerk.


Van Ooijen heeft een coördinerende, overkoepelende rol wat betreft het vrijwilligersbeleid. “Het belangrijkste uitgangspunt bij wat we doen, is het waarderen van vrijwilligerswerk. Daar begint onze manier van denken. Waarderen is met name het wegnemen van knelpunten en zorgen voor voldoende financiële ruimte voor vrijwilligersorganisaties om uit te voeren waarvoor ze in het leven zijn geroepen. Met die blik kijken we naar wat er beter kan voor alle mensen die vanuit een intrinsieke motivatie bereid zijn om een deel van hun tijd te investeren in anderen en de maatschappij.”


Regeldruk en risico's

Een van de meest concrete knelpunten momenteel is de regeldruk.

Het is echt iets van deze tijd, ziet Van Ooijen. “Het weerhoudt mensen ervan om zich aan te melden als vrijwilliger en dus is het moeilijker om nieuwe mensen te vinden.

De regeldruk ligt onder andere ten grondslag aan de toename van meer risicomijdend gedrag.

Als overheid en samenleving accepteren we minder risico’s dan we in het verleden deden. Op zich is dat iets moois, want je voorkomt meer kans op problemen.

Aan de andere kant is het niet mogelijk om alle risico’s uit te gummen.

De vraag is dan hoeveel risico’s we als samenleving bereid zijn te accepteren om de vrijwilligersorganisaties te kunnen laten functioneren?

Ik vind dat we moeten kijken naar hoe vrijwilligers op een lichtere manier kunnen voldoen aan bepaalde regels. Dat we bijvoorbeeld niet de meest zware toepassing kiezen voor die organisaties. Neem als voorbeeld de wet ter voorkoming van witwassen.

De vraag is of je echt tot de laatste punten en komma’s moet proberen alle risico’s uit te sluiten? Of kunnen we bij vrijwilligersorganisaties af met een algemene toets die de grootste risico’s uitsluit en zijn we als politiek en maatschappij bereid om een klein restrisico te accepteren? Dat soort keuzes kunnen we maken.”


Rol voor de gemeenten

De jaarlijkse gemeentelijke subsidiemolen is ook iets wat van Ooijen graag anders zou zien. “Nu hebben vrijwilligersorganisaties te maken met lopende subsidies die elk jaar opnieuw aangevraagd moeten worden. Dat kost veel tijd kost en daardoor is het lastig om lange termijnplannen te maken. Een meerjarige subsidie zou beter zijn.

Ook als er naast vrijwilligers betaalde medewerkers zitten bij een organisatie, is het heel onzeker als je niet weet of je het jaar erna nog subsidie krijgt. De bestaanszekerheid is onzeker en dat komt de missie niet ten goede.”

Wat ook beter zou kunnen, is de afstemming tussen de overheid en fondsen. “Ik doe een oproep aan wethouders en gemeenten om het gesprek aan te gaan met fondsen om hierin samen op te trekken. Nu gebeurt het vaak dat de twee naar elkaar kijken, omdat ze vinden dat iets bij de ander hoort. Dan wordt er naar elkaar gewezen, omdat niemand de moed heeft om te zeggen dat ze iets niet zien zitten.

Wees daarin dan ook duidelijk naar organisaties toe. Dat scheelt frustratie.”


In de toekomst

Iets wat onveranderd positief is en waar van Ooijen trots op is, is de vrijwilligerscultuur in Nederland. “We zijn echt een vrijwilligersland.

In het buitenland zijn mensen vaak vooral in hun sociale omgeving actief.

In Nederland is dat breder.

Ondanks dat het wat lastiger is om vrijwilligersvacatures in te vullen, zie ik dat we nog steeds kunnen putten uit een enorm arsenaal aan mensen die bereid zijn zich voor een ander in te zetten, ook als ze iemand niet kennen.”

Kijkend naar de toekomst ziet van Ooijen drie ontwikkelingen die zullen doorzetten en waar ook een rol voor de overheid is weggelegd.

“Ik voorzie dat we steeds meer op actualiteiten moeten inspringen. Er gebeuren altijd dingen die je vooraf niet weet. Dat hebben we de afgelopen jaren ook gezien met corona, overstromingen in Limburg en de oorlog in Oekraïne. Ook daar zullen vrijwilligers bij nodig zijn en die zullen er zeker zijn, want we zagen bij eerdere gebeurtenissen dat die altijd klaarstaan als het nodig is.

Daarnaast zien we een verdergaande mate van variabel vrijwilligerswerk ten opzichte van vast vrijwilligerswerk. Mensen committeren zich sneller aan een concrete rol of afgebakende periode. Het zal flexibeler worden in z’n aard.

Dat vraagt aanpassingen om ervoor te zorgen dat we met de inzet van vrijwilligers de boel draaiende kunnen houden.

Het derde wat ik verwacht, met name op het gebied van zorg en welzijn, is dat er een steeds grotere druk op vrijwilligersorganisaties komt te liggen, vanwege de participatiesamenleving en de toegenomen zorgvraag.

Dat gaat denk ik zorgen voor een nieuwe flow van experimenten en initiatieven op dat gebied van vrijwilligerswerk.”


De huidige toegenomen regeldruk en de te verwachten ontwikkelingen in de nabije toekomst brengen verplichtingen van de overheid met zich mee, vindt de demissionair staatssecretaris.

“Je kunt als overheid natuurlijk niet verwachten dat vrijwilligers meer taken gaan uitvoeren en aan meer regels moeten voldoen, zonder dat er iets tegenover staat aan steun. Dus als je als overheid de stelling hebt dat ergens een rol voor vrijwilligers is weggelegd, dan zul je zelf ook moeten laten zien dat je bereid bent te kijken naar de knel- en verbeterpunten. Dat is dus waar we continu mee bezig zijn.”



De tekst van dit interview komt uit ECHT, magazine Nationale Vrijwilligersprijzen. Dit magazine kun je hier downloaden

Bron NOV

Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Vrijdag 10 november was de Nationale Dag van de Mantelzorg

Vrijwillige mantelzorgondersteuners zijn maatjes voor gezelligheid! Er zijn in Nederland heel veel mensen die voor een naaste zorgen. Denk aan een man die voor zijn vrouw zorgt. Of een dochter voor haar vader. “Maar ook een buurvrouw, die boodschappen doet voor de buurvrouw van drie huizen verderop, is een mantelzorger,” vult Mildred Beetz van M-Pact aan. Mantelzorgondersteuner is een maatje Mildred is Coördinator Zorgvrijwilligers bij M-Pact. “Zorgvrijwilligers zijn bijvoorbeeld vrijwilligers die mantelzorgers ondersteunen. Want mantelzorger zijn, is vaak heel zwaar. Het kost veel tijd en het heeft invloed op de relatie die je met de ander hebt.” Daar is Truus (een fictieve naam i.v.m. de privacy van de betrokkenen) het helemaal mee eens. “Ik heb jarenlang voor mijn man gezorgd. Hij was ernstig ziek. Ik deed het met liefde, maar makkelijk was het niet. Als ik toen af en toe een middagje voor mijzelf had gehad, zou dat heel fijn zijn geweest.” Mildred: “Mantelzorgondersteuners zijn er voor de gezelligheid. Voor een bakkie koffie of gewoon een praatje. Ze doen geen huishoudelijke taken of medische handelingen. Ze zijn een maatje voor zowel de mantelzorger als de zorgontvanger, zodat beiden even hun eigen ding kunnen doen.” Mantelzorger wordt zelf mantelzorgondersteuner Truus wilde nadat haar man was overleden graag zelf als vrijwilliger aan de slag. “Ik houd ervan om andere mensen te helpen. Bijvoorbeeld met boodschappen doen. Of om te zorgen dat ze minder eenzaam zijn, want ik vind dat niemand eenzaam zou moeten zijn.” Mildred vroeg Truus vanwege haar ervaring als mantelzorger of ze een oudere man wilde helpen. Hij was alleen. Zijn kinderen en kleinkinderen konden door hun eigen drukke (werk)leven niet vaak genoeg bij hem langs. Daarom zochten ze iemand om hen te helpen voor hun vader te zorgen. Dat wilde Truus wel. Ze ging één keer per week bij de man langs. En het klikte goed, want zij bleek hetzelfde dialect te spreken als de man. “Ik vind het zo gezellig dat ik in mijn eigen taal kan praten, zei hij dan. Hij zei ook altijd dat hij het ontzettend fijn vond dat ik kwam.” Mantelzorgondersteuners gezocht! Mildred: “Kom eens langs op het inloopspreekuur. Of u nou zelf hulp zoekt of juist wil helpen. Ik ga graag met u in gesprek. Dan kijken we samen wat er mogelijk is. Of meld je aan als maatje via het Oranjefonds of de website van M-Pact. Want er zijn veel meer mensen op zoek naar een beetje gezelligheid! Inloopspreekuur Mantelzorgondersteuning: elke woensdag van 14.00-16.00 uur (behalve tijdens schoolvakanties) in wijkcentrum Stroinkshuis. Adres: Het Stroink 64, 7542 GT Enschede. Kijk voor meer informatie op Enschede voor elkaar
Lees meer

Meld je organisatie nú aan voor NLdoet 2024!

Op 15 en 16 maart 2024 organiseert het Oranje Fonds, samen met duizenden maatschappelijke organisaties in het land, weer de grootste vrijwilligersactie van Nederland. NLdoet zet vrijwilligerswerk in de spotlights en nodigt iedereen uit om een dag iets voor een ander te betekenen en ertoe te dóen! Nieuwe vrijwilligers Vrijwilligerswerk is het kloppend hart van vele sociale initiatieven. En voor heel veel mensen een ervaring die iets met ze dóet. Voor organisaties is NLdoet een mooie kans om nieuwe vaste vrijwilligers aan te trekken en te laten zien hoe zij ertoe doen in de samenleving. Deelnemende verenigingen en stichtingen kunnen bij het Oranje Fonds een bijdrage van maximaal 350 euro aanvragen voor bijvoorbeeld catering en materialen. Meld een activiteit aan! Heeft jullie organisatie een leuke NLdoet activiteit? Meld dan nu jullie activiteit aan op nldoet.nl . Want vrijwilligerswerk doet ertoe!
Lees meer

Meer vrijwilligers in 2022, maar nog niet terug op niveau van voor corona of...?

In 2022 gaf 41 procent van de Nederlanders 15-plus aan zich dat jaar ten minste één keer vrijwillig te hebben ingezet voor een organisatie of vereniging. Dat is meer dan tijdens corona, maar nog steeds minder dan voor corona. Hoe verhoudt zich dat tot de 50 (of 30?) procent van Motivaction? De cijfers komen uit het jaarlijkse CBS-onderzoek Sociale samenhang en welzijn, waarin extra vragen over vrijwilligerswerk zijn toegevoegd op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk. Lees het artikel verder op Platform Vrijwillige inzet
Lees meer